Stichting Corridor Dienstverlening

Archana

Ik heb mezelf geholpen en nu wil ik anderen gaan helpen

8 september 2011

Archana (23) studeert maatschappelijk werk en dienstverlening. In 2010 liep zij een half jaar stage op het kantoor van de Vriendendienst Hoogvliet. In augustus 2011 verving zij gedurende een maand Marit.

Hecht team
Ik werd tijdens de stage heel erg betrokken bij de Vriendendienst. Alsof ik al meteen een medewerker was. De samenwerking in het team voelde heel hecht.
Bij andere organisaties is het vaak van ‘Hé, je moet om tien uur bij die en die zijn’ en dat is het dan. Hier had ik elke maand een begeleidingsgesprek met Marit. Dus als er iets aan de hand was, kon ik het gewoon bespreken. Dat vond ik heel fijn.

Geen hulpverlening
Het is me wel opgevallen dat de Vriendendienst geen hulpverleningsorganisatie is. De deelnemers mogen wel hun verhaal kwijt, maar het is niet de bedoeling dat we ze gaan helpen. Bijvoorbeeld met psychische problemen.
Ik studeer maatschappelijk werk en dienstverlening. Als je het verhaal van mensen hoort, ga je automatisch denken ‘Hé, misschien heeft ze dit of dat!’ Iemand zonder die opleiding hoort het aan en denkt ‘Nou, dat is haar verhaal. Het gaat wel goed.’ Die rapporteert het en dat is het dan. Maar bij mij gaat het dan verder.
Bij de Vriendendienst help je vooral sociale contacten opbouwen. Je bezorgt mensen eigenlijk een leuke dag. Dat is het begin. Het is een vorm van dienstverlening.

Leren zichzelf te helpen
Ik heb vroeger een andere studie gedaan, een financiële opleiding. In de tussentijd is er heel veel gebeurd in mijn leven, waarna ik dacht ‘Hé, ik heb mezelf geholpen en nu wil ik anderen gaan helpen’. En maatschappelijk werk past daar perfect bij.
Op school geven ze aan dat het uiteindelijk de bedoeling is dat mensen zichzelf gaan helpen en dat jij als hulpverlener eigenlijk alleen maar stuurt. Ik ben zelf niet geholpen door maatschappelijke hulpverleningsorganisaties, want ik heb mezelf gestuurd. Het is de bedoeling dat andere mensen dat ook gaan doen, gewoon lekker zelfstandig. Dat wil ik graag meegeven.

Praktijk
Ik kan dingen leren via theorie, maar bij maatschappelijk werk zit er ook gevoel en emotie bij. Je kan op papier lezen: mevrouw is dit of dat. Maar als iemand tegenover je zit is het weer heel anders. Het gaat er dan om hoe iemand het vertelt. Je kan bijvoorbeeld zien dat iemand liegt om bepaalde dingen te bereiken. Via papier leer je dat niet zien.
Op school krijg je te weinig praktische oefeningen, vind ik. Per periode heb je een toets waarbij je een intakegesprek of een cliëntgesprek moet doen. Maar dat is niet genoeg. Er zijn wel een aantal lessen waarbij je oefent, maar heel vaak is het gewoon theorie. De stages die we elk jaar hebben vind ik natuurlijk wel goed.

Betrokkenheid
Je hebt natuurlijk hart voor mensen, want anders doe je dit vak niet. Je gevoel speelt mee. Ik denk dat je wel grenzen moet gaan stellen: tot hier en niet verder. Als het te veel met je gaat doen en je er niet van kan slapen of zoiets, moet je dit vak gewoon niet kiezen.
Ik weet dat ik mijn grenzen kan stellen. Dat doe je door te evalueren. ‘Hoe gaat het nou met mezelf? Hoe heb ik het daar gedaan en wat zegt mijn gevoel hierbij? Moet ik er verder mee gaan of niet?’ Als een bepaalde situatie te veel met je doet, kan je het ook aan een collega overdragen.

Eenzaamheid
Ik ben van Hindoestaanse afkomst en ik ben zo opgevoed dat je je familie altijd helpt. Je bent nooit alleen. Bij het woord eenzaamheid denk ik ‘Wat is dat eigenlijk?’ En dan kom je hier bij de Vriendendienst en werk je met deelnemers die eigenlijk heel erg eenzaam zijn.
Ik heb gezien hoe het in Nederland gaat. Mensen krijgen kinderen en die gaan lekker op zichzelf wonen en je bent klaar. Daar is bijna geen omkijken naar. Ik werk in een verzorgingstehuis. In zulke huizen hebben de meeste mensen kinderen, maar die komen niet zo vaak hoor.
Bij Hindoestanen zullen oudere mensen niet zo snel alleen zijn. Neem bijvoorbeeld mijn oma, die haar man een paar jaar geleden kwijt is geraakt. Sindsdien komen de kinderen heel vaak op bezoek. Bij ons is het zo: wordt je moeder ziek, dan ga je ervoor zorgen. Dus ik denk dat het een cultuurverschil is.
Ik denk dat ook mensen met psychische problemen bij Hindoestanen niet het risico lopen geïsoleerd te raken. Altijd is er steun. En je hebt bijna altijd je familie.
Er zitten een aantal Hindoestanen tussen –bij de Vriendendienst in Rotterdam, geloof ik- die zich wel eenzaam voelen. Maar wat is eenzaamheid eigenlijk? Je kan twintig kennissen hebben, je kan veertig vrienden hebben en nog kan je je eenzaam voelen. Dan mis je iets in je leven en het contact met iemand, een kennisje of zoiets, vult dat niet echt op.
Heel vaak hebben mensen met psychische problemen ook hun eigen grenzen, bijvoorbeeld van: “Ik wil niet naar buiten”. Dan wordt het een beetje lastig. Maar mensen kiezen daar niet zelf voor natuurlijk.

Bouman
In het derde jaar, het komend schooljaar, ga ik beginnen met mijn stage bij Bouman, een instelling voor verslaafden en mensen met psychische problemen. Ik hoop dat ze me uiteindelijk een baan aanbieden, want werken met dat soort mensen zie ik wel als mijn toekomst.
Het lijkt me ook wel heel erg moeilijk, maar dat vind ik juist het leuke ervan. Je hebt ook ‘normale’ mensen, zakenmensen bijvoorbeeld, die problemen hebben. Maar zij kunnen ze waarschijnlijk zelf oplossen. Mensen met een verslaving of psychische problemen, hebben echt hulp nodig. Ik ben tenslotte begonnen met die opleiding omdat ik mensen wil helpen.
Ik denk wel dat het, vooral in het begin, veel frustraties zal opleveren. Ik geloof niet dat ik te idealistisch ben, maar ik weet zeker dat ik tegen heel veel dingen aan zal lopen.
Ik kijk wel wat er uit komt. Na mijn stage heb ik misschien zoiets van ‘Nou, ik ga nooit meer in de psychiatrie of verslavingszorg!’ Dat kan ook.
Ik weet dat ik er twee keer in de maand een begeleidingsgesprek heb. Dat zal moeten helpen. En je moet voortdurend aan jezelf werken. Je afvragen ‘Hoe sta jij tegenover de anderen? En hoe ziet de ander jou?’