Stichting Corridor Dienstverlening

Interviews

Interview met ouderenadviseur Anneke van der Schee

Je hoeft het niet alleen te doen!

14 februari 2013

Anneke van der Schee (63) was lange tijd leidinggevende bij Thuiszorg Rotterdam. Toen daar grote organisatorische veranderingen kwamen werd ze vooral manager en kwam ze naar haar gevoel te veel van de werkvloer af te staan. Ze koos voor uitvoerend werk en kwam in 2001 in Pernis terecht als ouderenadviseur bij het Steunpunt Mantelzorg. Dat steunpunt maakt tegenwoordig onderdeel uit van de VraagWijzer. Als ouderenadviseur komt ze ook bij de mensen thuis.

Zie ook de langere versie van dit interview

Mantelzorg
Mantelzorg is de zorg die je biedt aan een directe naaste. Het gaat daarbij om meer dan de gebruikelijke zorg. Anneke legt uit: “Neem bijvoorbeeld een echtpaar, samen oud geworden. Die zorgen automatisch voor elkaar. De een doet dit, de ander dat. Ze vullen elkaar aan, het is een twee-eenheid. Totdat een van de twee een beroerte krijgt, dementerend wordt, of wat dan ook.  De een moet dan veel meer voor de ander gaan zorgen om samen nog een goed leven te kunnen hebben. De gebruikelijke balans is weg. Degene die de zorg biedt is dan de mantelzorger, de ander is de zorgvrager”.

Ook bij ouders die voor een gehandicapt kind zorgen spreekt men van mantelzorg. “Iedere ouder zorgt voor een kind. Maar is dat kind gehandicapt, dan is er veel meer zorg nodig dan bij een kind zonder handicap. Aan die zorg komt ook geen einde.” Buren kunnen ook mantelzorgers zijn, vertelt Anneke. “Je ziet nogal eens dat een buurman of buurvrouw oplet of de gordijnen wel iedere dag open gaan. Dan breidt zich vaak uit. Dan komt je als buur binnen en vraag je of iemand al gegeten heeft, en als dat niet zo is, maak je een paar boterhammetjes klaar. Dat kan zich zo uitbreiden dat mensen ook warme maaltijden voor de buren gaan klaarmaken. Ook de post verzorgen. Omdat die persoon gewoon niemand anders heeft.”
Mantelzorg is heel wat anders dan vrijwilligerswerk, zegt Anneke. “Als vrijwilliger kan je zeggen ‘Ik doe dit een keer in de week en tot het eind van het jaar. Dan stop ik ermee’. Een mantelzorger kan dat niet.”

Anneke van der ScheeMantelzorgers zijn allround hulpverleners
De tijden dat iedereen voor thuiszorg in aanmerking kwam zijn voorbij. “Tegenwoordig vraagt men zich eerst af wat wordt er al door mantelzorg gedaan, is er aanvulling nodig en zo ja van wie. Vroeger was dat zo’n beetje andersom. In de tijd dat er nog niet of minder dan nu gelet werd op de kosten, vulde je als mantelzorger de professionele hulp aan. Dat is al heel lang niet meer zo, want de professionele hulp is langzamerhand onbetaalbaar geworden. Daardoor komt er een steeds zwaardere druk op de mantelzorger te liggen.”
Want mantelzorgers moeten veel doen. Veel verschillende zaken, die bij elkaar heel veel tijd vragen. En in de loop van de tijd wordt het ook steeds meer.
“Daarnaast,” zegt Anneke, “wordt van een mantelzorger verwacht dat die heel veel kennis van zaken heeft over een ziekteproces. Over hoe je iemand moet verzorgen. Ook wordt verwacht  dat mantelzorgers  verstand hebben van de financiën, in gesprek kunnen gaan met een huisarts en andere hulpverleners.”

Het Steunpunt Mantelzorg biedt steun. Bijvoorbeeld door een cursus ‘Een zieke thuis verzorgen’.

Zorg combineren met werk
Mantelzorgers hebben vaak een baan en het combineren van werk en zorg valt niet mee. Veel werkgevers willen wel meewerken bij bijvoorbeeld het aanpassen van werktijden. Maar niet iedereen durft daar om te vragen, zegt Anneke. “Sommige mensen vinden het heel lastig om zelf naar hun baas te stappen en dit te vragen. Dan nemen wij contact op en kijken we naar de mogelijkheid  die zorgtaken te doen. Sommige werkgevers geven daar veel ruimte in. Mezzo, dat is de landelijke organisatie voor mantelzorgers, kan in veel situaties ook een bemiddelende rol spelen.”

Soms vraagt de zorg zoveel tijd dat de mantelzorger geen betaalde baan meer kan hebben. Dan bestaat er de mogelijkheid om een persoonsgebonden budger (PGB) aan te vragen. Het gaat dan om de zorgtaken. “Waar normaal gesproken een professional van de thuiszorg voor zou moeten komen. Aan de hand van het aantal uren krijg je dan een bedrag waarvan je zelf de zorg kan inkopen.  Dat kan ook de eigen partner zijn.”
Anneke geeft een voorbeeld: “In Rotterdam was er zo’n situatie. Een stel met twee kleine kinderen. De man krijgt een hersenbloeding en is niet meer in staat te werken.  Zijn vrouw neemt de volledige zorg voor hem op zich door het PGB werd dit mogelijk gemaakt, men was daarom niet op een bijstandsuitkering aangewezen.  Zou die man professionele hulp krijgen of naar een verpleeghuis moeten,  dan zijn de kosten aanmerkelijk hoger.”

Psychische en lichamelijke gevolgen
Mantelzorg kan psychisch zwaar zijn, vertelt Anneke. “Het leven wordt totaal anders dan verwacht. Dit is in acute situaties zo, bij bijvoorbeeld een hersenbloeding. Maar ook bij slopende ziektes zoals reuma. Je verwacht samen leuke dingen te gaan doen, kinderen te krijgen, samen oud te worden. Als dat anders loopt krijg je te maken met een soort rouwproces. Maar ook de zorgen die mensen hebben over de financiën en soms over de huisvesting.”
Ook lichamelijk kan mantelzorg zwaar zijn. Anneke geeft altijd als advies: “Zorg goed voor jezelf. Een groter plezier kun je de ander niet doen.”

Soms lukt het uiteindelijk niet meer. De zorgvrager moet bijvoorbeeld naar een verpleeghuis. Dat valt niet mee, is de ervaring van Anneke. “Ook dat geeft een rouwproces. Als het een vader of moeder is die naar een verzorgingshuis verhuist, kan het een opluchting zijn om de zorg uit handen te kunnen geven. Is het een partner die naar een verpleeghuis gaat, bijvoorbeeld een dementerende, dan blijft de zorg voor de ander overeind. De dagelijkse zorg van wassen en aankleden niet, maar je blijft toch mantelzorger. Want je moet voor die ander blijven denken en beslissingen nemen. Dat is een zware druk.”

Anneke hoopt dat artsen, fysiotherapeuten en dergelijke mantelzorgers in de gaten houden, en hen zonodig op het Steunpunt Mantelzorg wijzen. “Voorlichting aan huisartsen is heel belangrijk. Huisartsen komen bij de zieke en vragen aan haar of hem hoe het gaat. Die mantelzorger staat dan in de keuken koffie te zetten. Die is veelal  uit beeld. Voor de Mantelzorger is het ook een  moeilijk onderwerp, ‘de vuile was’ wordt niet snel buiten gehangen. En hulp vragen is moeilijk.”

Voor elkaar
In Pernis is er nog steeds elke maand een mantelzorgcafé, waar mantelzorgers elkaar ontmoeten. Ze doen er spelletjes en praten over van alles en nog wat. Anneke zegt: “Juist ook het bij elkaar zijn, even een uurtje helemaal niks aan je hoofd hebben, is belangrijk. We doen ook wel eens een spel. Dan gaat het niet om het spel, maar om dat je even met wat anders bezig bent.”
Maar men geeft elkaar ook praktische steun: een boodschapje doen of hulp bij computerproblemen.

Mantelzorgers vinden het soms moeilijk om hulp te vragen, zo zegt Anneke. ” Op de cursussen komt ook juist dat gedeelte sterk naar voren. Bij iemand die voor een dementerende partner zorgt, hebben soms zelfs de kinderen niet in de gaten hoe de situatie thuis is. Die komen een keer in de week, wonen verder weg. Dan weet de dementerende zich nog wel redelijk goed te houden. Als de verzorgende partner dan vertelt hoe zwaar het is, dan geloven de kinderen dat niet. Op de cursus leren we hoe je om hulp kunt vragen.”

Toekomst
Anneke vertelt dat mantelzorg alleen maar belangrijker zal worden. “Zoals de situatie nu is, met de beperkte financiële middelen, komt er heel veel druk op de mantelzorger te liggen. Eerst zelf een oplossing zoeken; ‘eigen kracht’, voordat er professionele hulp wordt ingezet. Het beroep op mantelzorg wordt alleen maar groter. Misschien moet je dan wel veel meer hulp gaan krijgen van vrijwilligers en van maatjes. En zorg ervoor dat je eigen netwerk een beetje groot is.”

Vrijwilligers
Mantelzorgers zijn geen vrijwilligers, maar vrijwilligers kunnen mantelzorgers dus wel ondersteunen. Anneke is daar zeker van. “Vrijwilligers kunnen enorm veel voor een mantelzorger betekenen. Dan moet de mantelzorger er wel voor open staan. en ook degene die de zorg krijgt. Als deze alle andere zorg weigert wordt het erg moeilijk. Dan dreigt een  sociaal isolement voor mantelzorger en zorgvrager. Als mantelzorger moet je die vrijwilliger dus toch naar binnen halen. En vaak merk je dat mensen het toch wel fijn vinden. Als die partner even weg kan en er komt bijvoorbeeld iemand schaken of dammen – wat de partner niet kan –  dan blijkt het vaak toch wel leuk te zijn.”

En zo komt ook de Vriendendienst in beeld. Anneke zegt: “De Vriendendienst is enorm belangrijk. Een maatje om bijvoorbeeld mee te schaken, voor een praatje of om de krant voor te lezen. Als er iemand aan het dementeren is, is het heel belangrijk dat steeds dezelfde persoon op bezoek komt.  Als iedere week dezelfde vrijwilliger komt, weet ook de mantelzorger dat het goed gaat. Als het maatje er is, kan die met een gerust hart even naar de kapper of noem maar op.”

Dagopvang
Zorgvragers, zoals dementerenden, kunnen vaak gebruik maken van dagopvang. Anneke vertelt over haar ervaringen hiermee. Een vrouw werd de zorg voor haar man duidelijk te veel. “Samen zijn we gaan zoeken naar een oplossing voor haar echtgenoot. Mevrouw opperde dagverzorging.  Dit was tegen de wil van meneer. Maar soms moet je dan als mantelzorger zo’n moeilijke beslissing nemen om de zorg voor de ander vol te houden. Na verloop van tijd bleek meneer het toch wel erg naar de zin te hebben onder lotgenoten. En mevrouw had een dag voor zichzelf waardoor ze even op adem kon komen en zo de zorg voor haar man langer vol kon houden.” Helaas wordt er ook op de dagopvang bezuinigd. Anneke zegt: “Dat is heel erg. Juist die dagopvang is zo belangrijk. De zorg die de mantelzorger biedt is langer vol te houden als deze gedeeld wordt met anderen. Je hoeft het niet alleen te doen!”

 Zie ook de langere versie van dit interview