Stichting Corridor Dienstverlening

Ana

Je mag eigenlijk geen hulp verlenen

7 februari 2011

Ana (26) liep voor haar studie Maatschappelijk Werk en Dienstverlening zes maanden stage bij de Vriendendienst Hoogvliet. De sfeer bij de Vriendendienst beviel haar goed.
Haar stagebegeleidster, teamleider Marit, was erg kritisch. Dat kon Ana zeker waarderen. Vooral hierdoor is ze zich meer bewust geworden van zichzelf. Zo ontdekte ze dat ze meer een denker dan een doener is.
Ana en een andere stagiaire bezochten zowat alle maatjes. Die waren allemaal erg gastvrij en open. Wat vooral opviel is dat die deelnemers veel te vertellen hadden.
Door mee te helpen aan een door de Vriendendienst georganiseerde kerstviering ontdekte Ana dat het heel mooi is om met verstandelijk gehandicapten te werken. Toch gaat zij zich in het vervolg van haar studie allereerst richten op gezinnen en kinderen. Vooral gezinsproblemen die voortkomen uit culturele verschillen, hebben haar aandacht.

Stage is voorbij
De stage was leuk! Ook druk, want je loopt maar twee dagen stage per week en moet alles in die tijd zien te doen. En ik had ook nog een maatje, dat nogal ver weg woonde. Daar was ik best ook wel veel tijd aan kwijt op een dag.
Maar ik heb veel geleerd.
Het was ook leuk om de mensen die op kantoor werken te leren kennen.

Eerst in Rotterdam
In mijn eerste studiejaar heb ik zo’n zeven maanden stage gelopen bij de Vriendendienst Rotterdam. Daar had ik alleen maar een maatje.
Toen ik voor het tweede studiejaar weer stage moest lopen heb ik bewust gekozen voor de Vriendendienst omdat ik wilde weten wat voor werk er allemaal achter de schermen wordt gedaan. Bijvoorbeeld: hoe gaat zo’n aanmelding en zo’n kennismaking nou in zijn werk? Vandaar dat ik heb gesolliciteerd bij de Vriendendienst Hoogvliet.

Lessen
Van mijn stage heb ik geleerd dat er veel wordt gedaan voor de maatjes, zoals het bij elkaar brengen en de activiteiten die worden georganiseerd.
Ik heb er ook een beter beeld van mezelf door gekregen. Ik dacht altijd dat ik een doener was, maar ik kwam er achter dat ik eigenlijk meer een denker ben. Ik heb veel meer tijd nodig om na te denken over hoe ik iets zal aanpakken. Dat ik dat ontdekte komt omdat mijn Marit, mijn stagebegeleidster, erg kritisch is. Dat geeft je de tijd en de ruimte om er over na te denken.
En ik heb geleerd dat er een wij-gevoel heerst bij de Vriendendienst Hoogvliet. Een gevoel van ‘Ik vind dit echt leuk. Ik wil dit en samen gaan we het doen’. Dat vind ik wel belangrijk.

Begeleiding
Ik heb al vaker stage gelopen, maar dan in de economische richting waarin ik oorspronkelijk zat. Ik zit nu pas in het tweede jaar van een sociale studie en ik merk dat er verschil zit tussen begeleiders. Er zijn begeleiders die wel zien dat je dingen fout doet, maar het niet zeggen of dat veel te laat doen. En Marit zegt gewoon: “Dit gaat fout, let hier op”. Dat iemand eerlijk en straight to the point is, waardeer ik. Marit moet ons begeleiden en er moet wel een stukje verschil zijn tussen de momenten dat we binnenkomen en weggaan. Anders is er eigenlijk niks gebeurd.

Samen stage lopen
Archana en ik hebben de stage samen gedaan. Ze zit bij mij in de klas en ik weet wat voor persoon ze is. Ze komt altijd haar afspraken na en doet wat gedaan moet worden. Dus ik wist tevoren al dat het geen probleem zou zijn met haar samen te werken.
We bespraken ook dingen met elkaar. Wij worden opgeleid als hulpverlener, maar bij de Vriendendienst mag je eigenlijk geen hulp verlenen. Je kan wel naar een persoon luisteren, maar je mag geen bepaalde oplossingen voorstellen. Dat is wel eens moeilijk: je studeert voor maatschappelijk werk en dienstverlening en dus wil je het ook in de praktijk gaan leren.
Archana en ik signaleerden wel bepaalde situaties bij maatjes. Die konden we dan toch met elkaar bespreken, zonder ze bij de Vriendendienst aan de orde te moeten stellen.

De deelnemers
We hebben zowat alle deelnemers bezocht om hen te vragen wat ze van de Vriendendienst Hoogvliet vinden. Ze waren allemaal erg gastvrij en open.
Wat me echt opviel is dat we kwamen voor de vragenlijst, maar dat ze toch wat meer kwijt wilden over zichzelf.
Dat gebeurt in het dagelijks leven natuurlijk ook. Als je aan iemand vraagt hoe het gaat en die begint dan met “Mwaa …”, dan vraag je “Hoe komt dat dan?” En dan gaan ze heel hun verhaal doen. Dus het is maar net hoe je er zelf op reageert.

Kerstviering
De kerstviering op de Barbeelsingel vond ik erg leuk. Daar waren studenten, maar ook mensen met een lichamelijke en geestelijke beperking. Dat was voor mij heel anders, omdat ik me eigenlijk nooit op die doelgroep heb gefocust. Ik dacht bij mezelf ‘Zo, dat is echt een mooie doelgroep om mee te werken!’
Of ik dat in de toekomst ook ga doen weet ik nog niet. Ik wil later vooral met gezinnen aan de slag. Dus daar moet ik nog rustig over nadenken.

Verder met de studie
Ik ga nu met mijn differentiatieminors, bijvakken, beginnen: multiculturele gezinsinterventies en schoolmaatschappelijk werk.
Bij multiculturele gezinsinterventies gaat het om gezinsproblemen bij mensen uit een andere dan de Nederlandse cultuur. Ouders ervaren dat de cultuur van Nederland heel anders is dan de cultuur die zij hebben meegemaakt, ook in de opvoeding. Mijn functie zou dan zijn de ouders in te laten zien wat de Nederlandse cultuur is. Omdat er heel veel verschillen zitten in culturen en dat er, als zij daar niet op letten, problemen kunnen ontstaan.
Ik heb nog een lange tijd te gaan: twee jaar. Maar uiteindelijk beland ik bij de gezinnen en de kinderen.