Stichting Corridor Dienstverlening

Interview met Marit de Bruijn

Kom bij ons en je wordt wat meer gezien

13 november 2012

Marit de Bruijn is projectcoördinator van de Vriendendienst Hoogvliet.
Rob, vrijwilliger op kantoor, en Leen, vrijwilliger als maatje, stelden haar enkele vragen.

Marit, je werkt nu al meer dan vijf jaar bij de Vriendendienst Hoogvliet. Wat heb je hiervoor gedaan?
Nou, van alles eigenlijk. Ik ben vanuit de opleiding SPH (Sociaal Pedagogische Hulpverlening) begonnen als ambulant begeleider bij mensen met een verstandelijke beperking. Daarnaast ben ik deeltijds verder gegaan met de opleiding maatschappelijk werk (MWD). Na die opleiding heb ik een paar jaar gewerkt  als voogd van minderjarige asielzoekers.
Ik kwam in aanraking met heel veel problemen en ik merkte dat ik ook een type ben die het aardig vindt om leuke dingen met mensen te doen. Om me in te zetten op een deelgebied.
Ik heb toen nog een hele korte tijd als activiteitenbegeleider bij ouderen gewerkt. Daarna ben ik bij een relatiebureau gaan werken, een liefdesrelatiebureau voor mensen met een psychiatrische of psychosociale achtergrond en mensen met een verstandelijke beperking. Heel leuk. Ik begon me steeds meer als een vis in het water te voelen.
Projectwerk en me inzetten voor mensen vind ik heel leuk. Zo’n zes jaar geleden kwam ik bij deVriendendienstRotterdam. Ondertussen werd er ook gewerkt aan het projectVriendendienstHoogvliet. Ik ben het project hier vorm gaan geven. Dus van de hulp- en dienstverlening ben ik veel meer in de welzijnssector terecht gekomen. En met veel plezier.

Marit bij het jubileum

Marit bij het jubileum

Wat is het bijzondere aan de Vriendendienst, vergeleken met de dingen die je hiervoor deed?
De aspecten sociaal isolement en het koppelen van mensen aan elkaar vind ik echt bijzonder.
Ik heb het gevoel dat ik er zelf een beetje aan bijdraag dat mensen in actie zijn. Dat we met elkaar iets aan het doen zijn. Dat kan iets heel leuk zijn, zoals samen iets ondernemen. Wandelen bijvoorbeeld.  Maar mensen zijn ook in dialoog met elkaar. Je leeft wat meer, zoals ik het noem. En je wordt gezien en dat vind ik heel belangrijk.
Wat dit project voor meerwaarde heeft -ook voor mij persoonlijk- is dat ik met mensen bezig ben. Dat ik het idee heb dat dit project betekenis heeft voor mensen. Dat het aanspraak doet op de kwaliteiten van mensen en dat ze hier iets leren. En dat mensen betrokken worden in de maatschappij.

Wat leren ze hier?
Mensen leren op allerlei manieren met elkaar omgaan. Wat daarbij komt kijken. Dat het niet alleen maar leuk is, dat het niet alleen maar zonnestralen zijn. Mensen leren bijvoorbeeld dat bepaalde verwachtingen niet helemaal kloppen met de realiteit.

Is jouw visie op het werk van de Vriendendienst in die ruim vijf jaar veranderd?
Vanuit de stichting Corridor (waar deVriendendiensteen onderdeel van is) zeggen we: je moet mensen in hun kracht zetten.  Dat is welzijn nieuwe stijl. Wij vinden ook dat mensen iets kunnen betekenen voor elkaar. Dus je kan ze iets vragen en je kan ze iets geven. We zijn dat steeds meer gaan uitdragen.

De Vriendendienst Rotterdam heeft ouderen niet als doelgroep. Hoogvliet wel. Waarom is dat?
Ouderdom en eenzaamheid zijn heel belangrijke thema’s. Eenzaamheid gaat bij ouderen steeds meer spelen. Daarnaast wonen er in Hoogvliet best veel ouderen.

Komen er ook in andere Rotterdamse wijken vriendendiensten?
We geloven erg in dit concept onze wens is wel dat we gaan uitbreiden.

Contacten tussen maatjes zijn vaak tijdelijk. Geldt dit vooral als studenten een maatje hebben?
Je merkt wel dat in de huidige tijd mensen op een andere manier vrijwilligerswerk willen doen. Vroeger  werd je vrijwilliger en had je vrijwilligerswerk waar je heel lang in bleef zitten, maar de tendens is nu heel anders. Mensen hebben nu meer iets van “Ik wil iets leuks en korts, een praktisch klusje”.
Mensen hebben daardoor minder vaak langdurig contact, ook al blijft  er een groep vrijwilligers die iets wel lang achtereen willen doen.

Iemand meldt zich aan bij de Vriendendienst en je hebt daar een kennismakingsgesprek mee. Hoe krijg je in zo’n eerste gesprek een beeld van iemand? Werken jullie met vragenlijsten?
Zo’n eerste keer is altijd een beetje aftasten. Je krijgt een indruk van iemand. Je leert iemand niet echt kennen. Met die eerste indruk gaan we aan de slag. We hebben niet echt een vragenlijst, maar hebben wel in ons hoofd wat we te weten willen komen. Bijvoorbeeld hoe iemand over ons heeft gehoord. Wat verwacht hij ervan? Welke dagen zou hij het kunnen? Heeft hij dingen die hij graag wil, of juist helemaal niet wil? Het is voornamelijk een indruk krijgen. En het is een eerste stap naar het vrijwilligerswerk.
In zo’n eerste gesprek leggen we ook uit wat we doen.

Worden mensen ook wel eens doorverwezen naar de Vriendendienst?
Ja. Steeds meer eigenlijk. We merken dat er een groep mensen is die geen indicatie meer krijgt. Dat houdt in dat die geen betaalde hulp meer krijgen. Of ze willen die niet. En dan gebeurt het wel dat hulpverleners ons bellen. Dan zeggen ze: “Deze meneer of mevrouw voelt zich erg eenzaam en zou met iemand in contact willen komen. Is dat iets voor jullie?” Wij gaan dan eerst in gesprek met de persoon die wordt aangemeld. Mensen moeten dit zelf willen.

Mensen die maatje van elkaar zijn noemen jullie ‘koppels’. Kun je een paar voorbeelden geven van geslaagde koppels?
Wat ik bijvoorbeeld hele leuke verhalen vind, is dat ik anderhalf jaar nadat ik mensen aan elkaar heb gekoppeld een van hen op de Binnenban ontmoet en hoor dat ze nog steeds contact hebben. Henny en Sharon –zie het portret– is ook een erg leuk contact. Een ouder iemand die het heel leuk vindt om iemand te helpen. Als zoiets ontstaat, omdat ze dicht bij elkaar in de buurt wonen, dan is dat heel leuk.
Je hebt ook mensen die met elkaar mailen. Dat vind ik ook weer wonderlijk, dat ze een nieuwe manier van communiceren hebben gevonden.
Voor  mij blijven de contacten bij die op den duur het meest natuurlijk gaan verlopen.

Gaat er ook weleens iets mis in de maatjescontacten?
Het gaat soms mis door te hoge verwachtingen of door te hoge eisen. Dan merken mensen dat het niet loopt zoals ze hadden verwacht. Ze denken bijvoorbeeld hier een hartsvriendin te ontmoeten of ze verwachten dan hun gevoel van eenzaamheid zal verdwijnen.
In het kennismakingsgesprek kan je daarover wat zeggen en die verwachtingen proberen te matigen.

Jullie stellen mensen aan elkaar voor, maar gebeurt het ook wel eens dat deelnemers contact krijgen buiten het koppelen om?
We organiseren een aantal keer per jaar een activiteit of uitje en die zijn heel laagdrempelig.

Jullie organiseren ook activiteiten. Wordt daar veel aan meegedaan?
We hebben verschillende soorten activiteiten. Aan een activiteit in Hoogvliet neemt een andere groep deel dan aan bijvoorbeeld het kerstdiner in Rotterdam of een activiteit in Den Haag. Er zijn ook mensen die nooit aan activiteiten deelnemen. Die hebben er geen behoefte aan, durven niet, vinden het niet prettig of het spreekt ze niet aan.

Is het niet zo dat mensen die eenzaam zijn, vaak op zoek zijn naar een partner? Een liefdesrelatie?
Dat kan.
Naar mijn ervaring komt het vaker voor bij mannen dan bij vrouwen, dat zij op zoek zijn naar een liefdesrelatie. Ik kaart dat niet aan de in een kennismaking, maar soms komt dat meteen al naar voren.  En dan benadrukken we dat we dat niet doen hier. Soms zegt diegene: “Koppel mij maar niet aan een dame!” Maar als iemand toch vasthoudt aan een liefdesrelatie zeggen we eerlijk: “Dan moeten we ons afvragen of dit iets voor je is.” Want aan liefdesrelaties doen wij niet.

Wat zijn de toekomstplannen?
Ondertussen is het duidelijk -en dat is eigenlijk heel erg leuk- is dat we in Hoogvliet kunnen blijven. Dus dit project blijft gewoon nog bestaan. Daar zijn we ook hartstikke trots op.  We vinden het ook fijn dat dit soort projecten gehoord en gezien worden door de deelgemeente.
We kunnen doorgaan met het project waarin we mensen die op wat voor manier dan ook te maken hebben met sociaal isolement willen zien en horen. En ergens een plek willen bieden om wat meer gezicht te hebben. Ik zeg altijd: “Kom bij ons en je wordt wat meer gezien. Wie weet wat we voor je kunnen betekenen en wat je uiteindelijk weer voor ons kan betekenen!”